hoed
Uiterlijk
- Geluid: hoed (hulp, bestand)
- IPA: / hut / (1 lettergreep)
- (Noord-Nederland): /ɦut/
- (Vlaanderen, Brabant): /ɦut/
- (Limburg): /hud/
- hoed
- van Middelnederlands hoet, in de betekenis van ‘hoofddeksel’ aangetroffen vanaf 1253 [1] [2] [3]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | hoed | hoeden |
| verkleinwoord | hoedje | hoedjes |
de hoed m
- (hoofddeksel) een hoofddeksel
- De man droeg een hoge hoed.
- ▸ ' Misschien kan ik van de gordijnen een hoed laten maken, denkt ze, terwijl ze ze openschuift.[4]
- ▸ Ik wil om een gulden wedden dat Frans de grootste hoed van alle aanwezigen draagt, en dat hij die van Agnes moest opzetten.[4]
- ▸ In zijn hand heeft hij een hoed, waarvan de rand de breedste is in het hele vertrek.[4]
- (mycologie) het bovenste gedeelte van het vruchtlichaam van een zwam
- (dierkunde) het koepelvormige deel van een kwal
- (medisch), (letterwoord) huisartsen onder een dak, een vorm van groepspraktijk
|
|
Ergens zijn hoed voor afnemen
Hij is onder een hoedje te vangen
Hij heeft een mus onder zijn hoed
Zich een hoedje schrikken
Van (dat mens, ...e.d.) heb ik geen hoge hoed op
Iemand vertellen dat die zijn of haar werk goed gedaan heeft
Iemand die vriendelijk is, bereikt meer in het leven dan iemand die onaardig en onbeleefd is (vgl. Men vangt meer vliegen met honing dan met azijn)
Precies weten hoe het zit
|
1. een hoofddeksel
|
|
2. deel van een zwam
| vervoeging van |
|---|
| hoeden |
hoed
- Het woord hoed staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "hoed" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[5] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ hoed op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "hoed" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- 1 2 3 Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx“Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789021809526 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
- hoed
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | hoed | hoede hoedens |
hoed
- (hoofddeksel) hoed
- (mycologie) hoed
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 4
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Hoofddeksel in het Nederlands
- Mycologie in het Nederlands
- Dierkunde in het Nederlands
- Medisch in het Nederlands
- Letterwoord in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %
- Woorden in het Afrikaans
- Woorden in het Afrikaans met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Afrikaans
- Hoofddeksel in het Afrikaans
- Mycologie in het Afrikaans