zomerhoed

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

1. lichte hoed die beschermt tegen de zon
Uitspraak
Woordafbreking
  • zo·mer·hoed
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zomerhoed zomerhoeden
verkleinwoord zomerhoedje zomerhoedjes

Zelfstandig naamwoord

zomerhoed m [1]

  1. (kleding) lichte hoed die beschermt tegen de zon en zo zeer geschikt is om te dragen in de zomer
    • Jawel, een nieuw logo boven het blog. Op een motor. Dat komt zo. De redactie van Vrij vond mijn selfie met dikke Cubaan en zomerhoed best grappig, maar het mocht wel wat stoerder. ‘Kun je niet poseren op een motor? Een beetje Jan Cremer-achtig graag’.[2] 
    • Kelly van der Veer is van brunette naar blond gegaan. Voor een fotoshoot is ze helemaal in de zomerse sferen in een gestreepte tankini en roze zomerhoed. [3] 
Hyperoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf J. Hendriks 23 augustus 2016
  3. Tubantia S. Borgdorff 27 mei 2017
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be