Naar inhoud springen

dophoed

Uit WikiWoordenboek
  • dop·hoed
enkelvoud meervoud
naamwoord dophoed dophoeden
verkleinwoord dophoedje dophoedjes

dedophoedm

  1. (hoofddeksel) klein bol hoedje voor dames
    • De beste foto was er eentje van heel dichtbij, met haar gezicht naar de camera, warme ogen en een mooie mond, glimlachend vanonder de rand van een vilten dophoedje. 
74 %van de Nederlanders;
54 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be