panamahoed

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

panamahoed
Uitspraak
Woordafbreking
  • pa·na·ma·hoed
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord panamahoed panamahoeden
verkleinwoord panamahoedje panamahoedjes

Zelfstandig naamwoord

panamahoed m [1]

  1. (hoofddeksel) soort strohoed met donker lint en brede rand
    • In 2012 is de eeuwenoude weeftraditie van Ecuadoriaanse strohoeden uitgeroepen tot ‘Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid’. De oorspronkelijke naam van de strohoed is ‘Jipijapa’ (‘Xipixapa’) of ‘Montecristi’. Dus niet Panamahoed, zoals hij soms ten onrechte wordt genoemd. [2] 
    • Het bekende stroachtige hoofddeksel wordt door vele mensen Panamahoed genoemd. Toch vindt de productie ervan plaats in Ecuador en Mexico. Hoe is die naamgeving dan ontstaan? Vroeger werden zulke hoeden via een centrale douanepost in Panama geëxporteerd en kreeg elk exemplaar de stempel 'Panama'. [3] 
Vertalingen

Gangbaarheid

79 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen