chapeau
Uiterlijk
- cha·peau
chapeau
- een uitroep van bewondering voor een knappe prestatie
- Chapeau! Dat heb je erg goed gedaan!
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | chapeau | chapeaus |
| verkleinwoord | chapeautje | chapeautjes |
de chapeau m
- (kaartspel) een pokerspel met dobbelstenen
- (letterkunde) een kleine kop boven de eigenlijke kop van een artikel, eventueel cursief gedrukt
- Het woord chapeau staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
chapeau m
- (hoofddeksel) hoed
- (metonymisch) de rang, waardigheid belichaamd door het hoofddeksel
- (media) kop, lead, introductieregel of -alinea, bovenaan een hoofdtekst (die de aandacht van de lezer moet trekken)
- (spreektaal) condoom, kapotje
- «Si tu veux faire l'amour, n’oublie pas de mettre un chapeau.»
- Als je wil vrijen, vergeet dan niet een condoom te gebruiken. [2]
- «Si tu veux faire l'amour, n’oublie pas de mettre un chapeau.»
- [3] chapo
chapeau
- (spreektaal) petje af! [2]
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Tussenwerpsel in het Nederlands
- Trefwoorden in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Kaartspel in het Nederlands
- Letterkunde in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 7
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Hoofddeksel in het Frans
- Metonymisch in het Frans
- Media in het Frans
- Spreektaal in het Frans
- Tussenwerpsel in het Frans