knob
Uiterlijk
- Via Middelengels knobbe van Middelnederduits knobbe. Verder van Proto-Germaans *knappô, Indo-Europees *knudaną .
- Doubletten: knead, knop (misschien ook knave). Verder o.a. verwant: Duits Knubbe en Knubbel, Nederlands knobbel en knop.
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| knob | knobs |
knob
- knop, knobbel, (ronde) uitpuiling
- brok, klont, klomp [2]
- (scheldwoord), (anatomie) clitoris
- (scheldwoord), (anatomie) vrouwenborst
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to knob |
| he/she/it | knobs |
| verleden tijd | knobbed |
| voltooid deelwoord |
knobbed |
| onvoltooid deelwoord |
knobbing |
| gebiedende wijs | knob |
knob
- overgankelijk van knoppen, knobbels e.d. voorzien
- onovergankelijk uitpuilen
- onovergankelijk, (seksualiteit) seks hebben (v.e. man)
Categorieën:
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 4
- Woorden in het Engels met audioweergave
- Woorden in het Engels met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Scheldwoord in het Engels
- Anatomie in het Engels
- Werkwoord in het Engels
- Overgankelijk werkwoord in het Engels
- Onovergankelijk werkwoord in het Engels
- Seksualiteit in het Engels