knop

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
[1] Twee knoppen.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • knop
enkelvoud meervoud
naamwoord knop knoppen
verkleinwoord knopje knopjes

Zelfstandig naamwoord

knop m

  1. klein, meestal rond, uitstekend deel van een apparaat bedoeld om in te drukken ter besturing ervan
  2. (plantkunde) het begin van een uitloper zoals tak, blad of bloem van een plant
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord knop knoppe
verkleinwoord knoppie knoppies

Zelfstandig naamwoord

knop

  1. knop