knop

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
[1] Twee knoppen.
De bovenkant van een zwaard met bovenaan de ronde knop, daaronder het gevest, daaronder de horizontale stootplaat, en daaronder de bovenkant van de kling

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • knop
Woordherkomst en -opbouw
  • Mln. cnop of cnoop.[1] In de betekenis van ‘rond voorwerp als versiering, bescherming of handvat’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240. [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord knop knoppen
verkleinwoord knopje knopjes

Zelfstandig naamwoord

knop m

  1. (techniek) klein, meestal rond, uitstekend deel van een apparaat bedoeld om in te drukken ter besturing ervan
    • Druk op de knop om het afspelen te starten. 
  2. (plantkunde) het begin van een uitloper zoals tak, blad of bloem van een plant
    • De bloem zit nog in de knop. 
  3. uiteinde van een steekwapen aan de kant van het handvat
     Eindelijk een wapenschild, waarin voorkomen, boven een ster, in de midden een roos, en onder een knop van een speer.[3]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.

Verwijzingen


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord knop knoppe
verkleinwoord knoppie knoppies

Zelfstandig naamwoord

knop

  1. knop