generator

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
[3] Een gelijkstroomgenerator
[4] Een waterstofgasgenerator

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·ne·ra·tor
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord generator generatoren
generators
verkleinwoord generatortje generatortjes

Zelfstandig naamwoord

generator m

  1. een apparaat of persoon die iets genereert (doet ontstaan)
  2. de persoon van wie de actie uitgaat
  3. (elektrotechniek) (werktuigbouwkunde) een machine die mechanische energie, binnenkomend via een draaiende as, omzet in elektrische energie
    Om in dit afgelegen gebied toch over stroom te beschikken, hadden zij vroeger een generator, maar nu zijn ze overgestapt op zonnepanelen.
  4. (techniek) toestel tot het verkrijgen van gas
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie