bron

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bron
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bron bronnen
verkleinwoord bronnetje bronnetjes

Zelfstandig naamwoord

bron v/m

  1. daar waar men informatie vandaan haalt
    De journalist beschermde zijn bron heel zorgvuldig.
  2. het begin van een waterloop
    De bron van een rivier is waar de rivier begint.
  3. een plaats waar water uit de grond komt
    Uit deze bron kwam zuiver, helder drinkwater.>
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl

Meer informatie


Welsh

Zelfstandig naamwoord

bron

  1. (anatomie) borst


Bijwoord

bron

  1. bijna