genereren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·ne·re·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘verwekken’ voor het eerst aangetroffen in 1351 [1]
  • afgeleid van het Franse générer met het achtervoegsel -eren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
genereren
genereerde
gegenereerd
zwak -d volledig

Werkwoord

genereren

  1. overgankelijk doen ontstaan
    • Een stollingsproces genereert warmte. 
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen