ex
Uiterlijk
- ex
- Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘voormalig echtgenoot of echtgenote’ voor het eerst aangetroffen in 1982 [1]
- van Latijn ex
- zn (verkorting) van ex-man of ex-vrouw
- bn (verkorting) van exclusief
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ex | exen |
| verkleinwoord | exje | exjes |
- voormalige echtgenoot of geliefde
- Mijn ex is gelukkig een goede vriendin van me gebleven.
- ▸ Toen Paul een baan accepteerde in Minneapolis, waarvoor hij halverwege ons baantje als oppasser van exotische kippen terug moest naar Minnesota, bleef ik in Oregon en neukte met de ex van de eigenaresse van die kippen.[2]
- ▸ Met zijn ex kon hij echt lol hebben.[3]
Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als voorzetsel.
ex
- (juridisch) zoals volgt uit
- Ex artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek heb ik recht op schadevergoeding.
Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als bijvoeglijk naamwoord
ex
- niet inbegrepen, zonder
- De prijs is 15 euro ex verzendkosten.
- Het woord ex staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "ex" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 97 % | van de Vlamingen.[4] |
- ↑ "ex" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Cheryl Strayed“Wild : over jezelf verliezen, terugvinden & 1700 kilometer hiken” (2012), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789021803555 - ↑ “Holy Trientje” (2019), Ambo Anthos, ISBN 9789026334238
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
- zn [A]: van Latijn ex
- zn [B]: (verkorting) van exact
- bn: (verkorting) van expérimental
- (spreektaal) ex-partner, ex
- «L’ex de mon ex, n’est pas tex ni mex.»
- De ex van mijn ex is geen Tex(aan) en ook geen Mex(icaan).[1]
- «L’ex de mon ex, n’est pas tex ni mex.»
- (spreektaal) oud-medewerker, voormalig personeelslid
[B] ex m
- (spreektaal) eindexamenklas met exacte vakken [1]
ex
- (spreektaal) experimenteel
- «Gérard, il kiffe les sciences ex.»
- Gérard is dol op experimentele wetenschap. [1]
- «Gérard, il kiffe les sciences ex.»
ĕx + ablatief
- Dit voorzetsel kan de volgende vormen aannemen: "ex" voor klinker of h; "e" voor alle medeklinkers behalve h.
- Frans: ex
- Nederlands: ex, ex-
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 2
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Verkorting in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Niet met deze vorm in Woordenlijst Nederlandse Taal
- Voorzetsel in het Nederlands
- Juridisch in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 98 %
- Prevalentie Vlaanderen 97 %
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 2
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Verkorting in het Frans
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Spreektaal in het Frans
- Bijvoeglijk naamwoord in het Frans
- Woorden in het Latijn
- Voorzetsel in het Latijn
- Voorzetsel met de ablatief in het Latijn