exact

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • exact
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘nauwkeurig’ voor het eerst aangetroffen in 1652 [1]
  • van Frans exact
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen exact exacter exactst
verbogen exacte exactere exactste
partitief exacts exacters -

Bijvoeglijk naamwoord

exact

  1. zonder benadering, precies vastgesteld
    • De exacte locatie is nog niet bekend. 
    • Het resultaat is exact hetzelfde als de vorige keer. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Uitspraak

Bijvoeglijk naamwoord

exact

  1. precies, exact


Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

exact

  1. precies, exact
Overerving en ontlening