vanaf

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • van·af
Woordherkomst en -opbouw

Voorzetsel

vanaf

  1. duidt een tijdstip aan waarna (en waarop) iets geldt
    • Vanaf de tweede juli is dit wel weer toegestaan. 
     ‘Ik ben gelukkig vast in dienst. Voor mijn baas is deze situatie uiterst vervelend. Veel bedrijven moeten nu een balans gaan zoeken tussen geld blijven verdienen en de veiligheid. Vandaag gaan we ook bekijken hoe we het vanaf volgende week gaan doen met het werk.’[3]
  2. duidt een vertrekpunt (plaats) aan
    • Vanaf Raleigh is het een goede vier uur rijden naar Bodie Island. 
Schrijfwijzen

Bijwoord

vanaf

  1. van een last verlost zijn
    • Hij heeft dat dure jacht tijdig verkocht, daar is hij mooi vanaf. 
Opmerkingen
  • zie ook: Taaladvies Onze Taal.[4]
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen