vanaf

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • van·af
Woordherkomst en -opbouw

Voorzetsel

vanaf

  1. duidt een tijdstip aan waarna (en waarop) iets geldt
    • Vanaf de tweede juli is dit wel weer toegestaan. 
  2. duidt een vertrekpunt (plaats) aan
    • Vanaf Raleigh is het een goede vier uur rijden naar Bodie Island. 

Bijwoord

vanaf

  1. van een last verlost zijn
    • Hij heeft dat dure jacht tijdig verkocht, daar is hij mooi vanaf. 
Opmerkingen
  • zie ook: Taaladvies Onze Taal.[2]
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen