Naar inhoud springen

erger

Uit WikiWoordenboek
  • er·ger

erger

  1. onverbogen vorm van de vergrotende trap van erg
     De kranten maken het erger dan het is - maar ze stellen nooit de vraag waarom er eigenlijk geplunderd wordt.[1]
     'Wát? Wist je ervan?' Ze voelt de snik aankomen - dit is haast nog erger dan de aanblik van Jack en haar naakte echtgenoot op de chaise longue in zijn kantoor.[2]
     De reputatie van Johannes zou nog erger worden geschaad als bekend werd dat zijn vrouw op de Eilanden rondneusde.[2]
  • Van kwaad tot erger komen/vervallen
Steeds erger worden
vervoeging van
ergeren

erger

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ergeren
    • Ik erger. 
  2. gebiedende wijs van ergeren
    • Erger! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ergeren
    • Erger je? 
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]
  1. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  2. 1 2
    Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021809526
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

erger

  1. vergrotende trap van arc