danig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • da·nig
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen danig
verbogen danige
partitief danigs

Bijvoeglijk naamwoord

danig

  1. in aanmerkelijke mate, buitengewoon
    • De verkoop liet een danige teruggang zien. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Bijwoord

danig

  1. in aanzienlijke mate
    • Hij was danig geschrokken van de verkoopcijfers. 
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen