eindig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ein·dig
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van einde met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen eindig eindiger eindigst
verbogen eindige eindigere eindigste
partitief eindigs eindigers -

Bijvoeglijk naamwoord

eindig [1]

  1. een einde hebbende
    in de reële wereld is alles eindig
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
eindigen

eindig

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van eindigen
    Ik eindig.
  2. gebiedende wijs van eindigen
    Eindig!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van eindigen
    Eindig je?
Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal

Meer informatie


Afrikaans

stamtijd
infinitief voltooid
deelwoord
eindig
geëindig
volledig

Werkwoord

eindig

  1. eindigen