uiteinde

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·ein·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord uiteinde uiteinden
uiteindes
verkleinwoord uiteindje uiteindjes

Zelfstandig naamwoord

uiteinde o [2]

  1. het uiterste punt van iets
    • Het uiteinde van de draad steek je door het oog van de naald. 
  2. een benaming voor oudejaar
    • Waar vier jij dit jaar het uiteinde? 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen