eindeloos

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ein·de·loos
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen eindeloos eindelozer eindeloost
verbogen eindeloze eindelozere eindelooste
partitief eindeloos eindelozers -

Bijvoeglijk naamwoord

eindeloos

  1. waaraan geen einde komt of althans schijnt te komen
    • Die eindeloze oorlog is een bron van veel ellende. 
     Wat een dag en wat een eindeloos groot, leeg land. Ik was de hele dag geen weg of mens tegengekomen.[1]
     Alleen Lena had me eindeloos wakker kunnen houden. We hadden nu vaste verkering.[2]
  2. heel fijn
    • Het was een eindeloze vakantie mooi weer, geen wind, lekker zonnetje en toch niet te warm. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “Echte Amerikaanse jeans” (2017), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044632767
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be