eindeloos

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ein·de·loos
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen eindeloos eindelozer eindeloost
verbogen eindeloze eindelozere eindelooste
partitief eindeloos eindelozers -

Bijvoeglijk naamwoord

eindeloos

  1. waaraan geen einde komt of althans schijnt te komen
    • Die eindeloze oorlog is een bron van veel ellende. 
  2. heel fijn
    • Het was een eindeloze vakantie mooi weer, geen wind, lekker zonnetje en toch niet te warm. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie