egel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een egel.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • egel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord egel egels
verkleinwoord egeltje egeltjes

Zelfstandig naamwoord

egel m

  1. (insecteneters) bepaald soort zoogdier, Erinaceus europaeus op Wikispecies, vooral bekend om zijn stekelvacht en zijn gewoonte om zich bij gevaar op te rollen
    De wetenschappelijke naam van de soort werd in 1758 gepubliceerd door Carl Linnaeus.
    • Ik vind egels erg lief. 
    • De stekels van een egel kunnen niet voorkomen dat veel egels doodgereden worden in het verkeer. 
  2. (insecteneters) benaming voor zoogdieren uit de familie egels Erinaceidae op Wikispecies
    • In Azië komen ook egels zonder stekels voor. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Anagrammen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen