dolfijn

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een dolfijn.

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘walvisachtige’ voor het eerst aangetroffen in 1287 [1]
  • zelfstandig naamwoord: >Oudgrieks: δελφίς [2]
  • bijvoeglijk naamwoord: samenstelling van dol 'zeer' + fijn 'aangenaam'
Woordafbreking
  • dol·fijn
enkelvoud meervoud
naamwoord dolfijn dolfijnen
verkleinwoord dolfijntje dolfijntjes

Zelfstandig naamwoord

dolfíjn m

  1. (dierkunde) walvisachtig zoogdier, slank met zeer gladde huid, een horizontale staartvin en een hoge sikkelvormige rugvin
    • Zwemmen met dolfijnen zou een zeer rustgevende werking hebben op overspannen mensen. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
stellend
onverbogen dolfijn
verbogen dolfijne

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als bijvoeglijk naamwoord

Bijvoeglijk naamwoord

dòlfijn

  1. bijzonder leuk
Verwante begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Papiamento

Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud of
impliciet meervoud
expliciet meervoud
  dolfijn     dolfijnnan  

Zelfstandig naamwoord

dolfijn

  1. (dierkunde) dolfijn
Schrijfwijzen