orka

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • or·ka
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘walvisachtige’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1862 [1]
  • Afkomstig van het Latijnse orca ("walvis").
enkelvoud meervoud
naamwoord orka orka's
verkleinwoord orkaatje orkaatjes

Zelfstandig naamwoord

orka m

  1. (dierkunde) Orcinus orca, een walvissoort die vrij gedrongen van bouw is en een opvallende rugvin heeft
    • Soms zie je nog orka's in zee. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen