tuimelaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tui·me·laar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tuimelaar tuimelaars
verkleinwoord tuimelaartje tuimelaartjes

Zelfstandig naamwoord

tuimelaar m

  1. (walvissen) Tursiops truncatus op Wikispecies, dolfijnsoort met robuust gestroomlijnd lichaam
  2. (speelgoed) zich vanzelf weer oprichtend stuk kinderspeelgoed
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen