dis

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dis
Woordherkomst en -opbouw
  • Via het Middelnederlandse disch ontwikkeld uit het Oudnederlandse disc/disk, dat van het Protogermaanse *diskaz komt, waarvan ook het Oudengelse disc, het Oudnoordse diskr en het Limburgse dösj komen. Het Protogermaanse woord is zelf een ontlening aan het Latijnse discus
  • Dis is verwant aan de woorden dish (Engels voor 'schotel, gerecht') en Tisch (Duits voor 'tafel', niet noodzakelijk 'gedekte tafel').
enkelvoud meervoud
naamwoord dis dissen
verkleinwoord disje disjes

Zelfstandig naamwoord

dis m

  1. gedekte tafel
  2. maaltijd
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Duitse Dis, zelf opgebouwd is uit D (de muzieknoot) en een verbastering van het Franse dièse
enkelvoud meervoud
naamwoord dis dissen
verkleinwoord disje disjes

Zelfstandig naamwoord

dis v/m

  1. (muziek), (Nederland) een d die een halve toon verhoogd is
    • De toon “dis” klinkt in de getempereerde stemming gelijk aan de toon “es”. 
  2. (muziek) de grondtoon (tonica) van de “dis-mineurtoonladder”, tevens een korte aanduiding van die toonladder
    • Op de notenbalk van een sonate in dis, staan zes kruisen als voortekens. 
  3. (muziek) de grondtoon van het “dis-mineurakkoord”, de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de kleinetertstoonladder op die toon
    • De drie tonen van het dis-mineurakkoord (symbool: D#m) in grondligging, zijn: dis - fis - aïs. 
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders
79 % van de Vlamingen.


Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • dis

Zelfstandig naamwoord

dis o

  1. (muziek) de toon ”dis”
  2. (muziek) dis: korte aanduiding van de toonaard “dis-mineur
    «Eine Sonate in dis
    Een sonate in dis kleine terts.
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen


Latijn

Voorvoegsel

  1. afzonderlijk, apart
  2. volkomen