discus

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een atleet met discus.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dis·cus
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord discus discussen
verkleinwoord discusje discusjes

Zelfstandig naamwoord

discus m

  1. een zware werpschijf die gebruikt wordt bij de atletische sport discuswerpen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders
94 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
Woordafbreking
  • dis·cus
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Latijnse discus.
enkelvoud meervoud
discus discuses

Zelfstandig naamwoord

discus

  1. discus, werpschijf.
    «He [Robert Garrett] won even though he hadn't ever touched a real discus until just before the event was held.[1]»
    Hij [Robert Garrett] won, ook al had hij nog nooit een echte discus aangeraakt voordat het evenement plaatsvond.
  2. (sport) discuswerpen.
    «And Chris Martin took a silver medal in the discus on the opening day in the Bird's Nest, […][2]»
    En Chris Martin behaalde een zilveren medaille in het discuswerpen op de openingsdag in het Vogelnest, […]
  3. (verouderd) chakram.
    «And Narayana instantly cut off with his discus the well-adorned head of the Danava who was drinking the Amrita without permission.[3]»
    En Narayana sneed onmiddellijk met zijn chakram het mooi versierde hoofd van de Danava af die zonder toestemming de Amrita dronk.
Synoniemen
Opmerkingen
  • Het Latijnse meervoud disci wordt in vele naslagwerken vermeld, maar komt in de praktijk zelden voor.
enkelvoud meervoud
discus discus

Zelfstandig naamwoord

discus

  1. (vissen) discusvis.
    «The main body of the Amazon River is too fast, too deep, and too silt laden for discus.[4]»
    Het voornaamste deel van de Amazonerivier is te snelstromend, te diep en te zeer gevuld met slib voor discusvissen.
Synoniemen

Verwijzingen

  1. 2004, Frank Fitzpatrick, "The amazing story of the first discus medal winner", The Philadelphia Inquirer, 18 augustus
  2. 2008, "Weir lays down marker in Beijing", BBC, 8 september
  3. 1893, Krishna-Swaipayana Vyasa, vertaald door K. M. Ganguli, The Mahabharata, Adi Parva, Section XIX,
  4. 2008, Carol Roberts, "History of Discus", North American Discus Association


Latijn

Uitspraak
  • IPA: (klassiek) /ˈdɪskʊs/
Woordafbreking
  • dis·cus
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

dĭscus m

  1. discus, werpschijf.
  2. (Laatlatijn) rond bord, genoemd naar zijn vormelijke gelijkenis met een discus
  3. de schijf van een zonnewijzer.
Verbuiging
Afgeleide begrippen
  • (Middeleeuws-Latijn) desca
Uitdrukkingen en gezegden
  • qui discum audire quam philosophum malunt[1]
    • iemand die meer houdt van beuzelarijen dan van serieuze zaken
Overerving en ontlening

Verwijzingen

  1. Cicero, De Oratore 2, 5, 21