del

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • del
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord del dellen
verkleinwoord delletje delletjes

Zelfstandig naamwoord

del v

  1. (scheldwoord) ordinaire vrouw
    Wat een del van een buurvrouw heb jij!
  2. een kleine komvormige laagte of kuil, een duinvallei
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • del
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van de Nederduitse zelfstandige naamwoorden del en deil.

Werkwoord

del

  1. gebiedende wijs van dele

Zelfstandig naamwoord

del m

  1. deel, part
  2. component, gedeelte, onderdeel
  3. aandeel
Verbuiging
m enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   del     delen     deler     delene  
genitief   dels     delens     delers     delenes  
Synoniemen
Afgeleide begrippen



Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • del
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van de Nederduitse zelfstandige naamwoorden del en deil.

Werkwoord

del

  1. gebiedende wijs van dela

Werkwoord

del

  1. gebiedende wijs van dele
Synoniemen

Zelfstandig naamwoord

del m

  1. deel
  2. component, gedeelte, onderdeel
  3. aandeel
Verbuiging
m enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   del     delen     delar     delane  
genitief                        
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
  • dele noko i to like eller ulike delar
iets in twee gelijke of verschillende delen delen


Welsh

Bijvoeglijk naamwoord

del

  1. mooi