Schlampe

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Duits

Uitspraak
  • IPA: / ˈʃlampə /
Woordafbreking
  • Schlam·pe
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
nominatief die Schlampe die Schlampen
genitief der Schlampe der Schlampen
datief der Schlampe den Schlampen
accusatief die Schlampe die Schlampen

Zelfstandig naamwoord

Schlampe, v

  1. (dysfemisme), (scheldwoord) kutwijf
    «Wer „du Schlampe“ zu einer Politesse sagt, zahlt knapp 2000 Euro.»
    Wie "kutwijf" tegen een politieagente zegt, moet bijna 2000 euro betalen.
  2. (scheldwoord) vrouw die met vele mannen verkeert