christen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

boek van een atheïst
Uitspraak
Woordafbreking
  • chris·ten
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord christen christenen
verkleinwoord christentje christentjes

Zelfstandig naamwoord

christen m

  1. (religie) een belijder van de christelijke godsdienst
    - De naam christen was oorspronkelijk een spotnaam. [2]
    - Paus Franciscus heeft zich in de Amerikaanse verkiezingsstrijd gemengd. De paus suggereerde na een bezoek aan Mexico dat de Republikein Donald Trump geen christen is. “Iemand die alleen aan muren bouwen denkt, waar dan ook, en niet aan het bouwen van bruggen, is geen christen”, zei de paus.[3]
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. Guus Valk NRC 18 februari 2016


Engels

vervoeging
onbepaalde wijs to christen
he/she/it christens
verleden tijd christened
voltooid
deelwoord
christened
onvoltooid
deelwoord
christening
gebiedende wijs christen

Werkwoord

christen

  1. dopen