christenmens

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • chris·ten·mens
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord christenmens christenmensen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

christenmens m [2]

  1. (religie) iemand die een christelijk geloof belijdt
     Hij heeft geen medelijden met een christenmens.[3]
     Ik ben rooms-katholiek. Liever noem ik me een christenmens. Ik vecht de evolutietheorie niet aan, maar er is zoveel dat we als mens nooit zullen bevatten..."[4]
  2. een fatsoenlijk mens
Synoniemen
Antoniemen


Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen