heiden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hei·den
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord heiden heidenen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

heiden m

  1. mensen die geen Jood of Christen zijn
  2. (verouderd) zigeuner
Verwante begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

heiden mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord hei
  2. meervoud van het zelfstandig naamwoord heide
Synoniemen

Werkwoord

vervoeging van
heien

heiden

  1. meervoud verleden tijd van heien
    Wij heiden.
    Jullie heiden.
    Zij heiden.
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl

Meer informatie