dopen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

[2] dopen in de Jordaan
Uitspraak
Woordafbreking
  • do·pen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
dopen
doopte
gedoopt
zwak -t volledig

Werkwoord

dopen

  1. overgankelijk bevochtigen door indompeling in een vloeistof
  2. overgankelijk (religie) iemand ritueel met water besprenkelen of erin onderdompelen en zodoende tot een geloof toelaten
  3. overgankelijk een naam geven, met name bij het dopen
    • Het schip werd gedoopt met de naam "de Volharding" 
  4. overgankelijk voor het eerst ondergaan
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

dopen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord doop

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen