chef

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • chef
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord chef chefs
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

chef m

  1. (beroep) de baas, iemand die de leiding heeft
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Engels

enkelvoud meervoud
chef chefs

Zelfstandig naamwoord

chef

  1. (kookkunst) kok


Frans

enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  chef     le chef     chefs     les chefs  

Zelfstandig naamwoord

chef

  1. hoofd, hoofdman, baas
  2. (kookkunst) kok
  3. (heraldiek) schildhoofd