superieur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • su·pe·ri·eur
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van Latijn 'superior' (hoger) [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord superieur superieuren
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

superieur m

  1. (militair) iemand van hogere rang in een organisatie, baas, chef, meerdere
    • Zijn superieuren waren daar niet tevreden mee. 
  2. letter of cijfer boven de regel
Afgeleide begrippen
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen superieur superieurder superieurst
verbogen superieure superieurdere superieurste
partitief superieurs superieurders -

Bijvoeglijk naamwoord

superieur

  1. van hogere status of kwaliteit
    • Het bedrijf boekte veel succes met de superieure accu die zij ontwikkeld hadden. 
  2. (pejoratief) zich van hogere status of kwaliteit wanend
    • Die superieure toon van hem hangt me al lang de keel uit. 
  3. hoger op de regel geplaatst
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen