chef-kok

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • chef-kok
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord chef-kok chef-koks
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

chef-kok m

  1. (beroep) kok die leiding geeft aan de keuken
    • Hij is de jongste chef-kok die ooit een Michelinster heeft gekregen. 
Opmerkingen

Samenstellingen met als linkerlid adjunct, aspirant, chef, interim, kandidaat, stagiair of substituut krijgen altijd een streepje wanneer het linkerlid een voorbepaling is.

Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie