cas

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Schots-Gaelisch

Uitspraak
  • IPA: /kʰas̪/,
Enkelvoud Meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief cas a' chas casan na casan  
genitief coise na coise nan cas  
datief cois
cas
a' chois
a' chas
casan na casan

Zelfstandig naamwoord

cas v

  1. (anatomie) voet, been
  2. handvat

Bijvoeglijk naamwoord

cas

  1. steil
  2. plotseling
  3. haastig
  4. snelstromend
Gebiedende wijs Naamwoord
cas casadh
Onafhankelijk Afhankelijk
Verleden tijd chas
Toekomende tijd casaidh

Werkwoord

cas

  1. tegenstreven, verzetten
  2. buigen, verwringen
  3. opwinden