haastig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • haas·tig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van haast met het achtervoegsel -ig.
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen haastig haastiger haastigst
verbogen haastige haastigere haastigste
partitief haastigs haastigers -

Bijvoeglijk naamwoord

haastig

  1. zich niet de tijd nemend
    • Een haastige invulling leidt al snel tot fouten. 
Spreekwoorden
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be