verzetten
Uiterlijk
- ver·zet·ten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| verzetten |
verzette |
verzet |
| zwak -t | volledig | |
verzetten
- wederkerend zich ~ tegen: weerstand bieden aan iets
- ▸ Omdat Demosthenes zich zo fel bleef verzetten tegen de Macedonische machthebbers, zelfs na de dood van Alexander de Grote, stuurde Antipater, een van de opvolgers van Alexander, zijn mannen op hem af.[1]
- ▸ Zij zouden zich ook niet verzetten tegen hun arrestatie, ook niet als de waakhonden beten.[2]
- Zij verzetten zich danig tegen de overvallers.
- overgankelijk van de ene op de andere plaats zetten
- ▸ Terwijl hij, zijn bagage nog in de hand, aan de waard die achter de tapkast stond, vroeg of er een kamer vrij was, verzetten de bezoekers, voor zover ze niet biljartten, maar aan tafeltjes langs de muren van de gelagzaal zaten, hun stoelen om hem beter te kunnen zien.[3]
- Hij verzette zijn koning om schaak te voorkomen.
- ▸ Wat moest ik doen als er ’s nachts onverwacht toch iemand langs zou komen rijden? Ik kroop mijn tent uit en verzette nogmaals alle haringen om zo nog minder in de weg te staan.[4]
- ▸ Terwijl hij, zijn bagage nog in de hand, aan de waard die achter de tapkast stond, vroeg of er een kamer vrij was, verzetten de bezoekers, voor zover ze niet biljartten, maar aan tafeltjes langs de muren van de gelagzaal zaten, hun stoelen om hem beter te kunnen zien.[3]
- inergatief werk ~ veel aan het arbeidsproces bijdragen
- Hij heeft altijd veel werk verzet.
- ▸ Maar deze vakantie heeft ons geleerd dat we problemen kunnen oplossen, bergen kunnen verzetten en ja, zelfs het onmogelijke durven aankijken.[5]
- (scheepvaart) een zijdelingse beweging maken
- overgankelijk afleiding of vermaak bezorgen
- verzetje (2)
- bergen kunnen verzetten
een haast onmogelijke taak kunnen aanpakken en volbrengen
- ∗ Maar deze vakantie heeft ons geleerd dat we problemen kunnen oplossen, bergen kunnen verzetten en ja, zelfs het onmogelijke durven aankijken.[5]
1. weerstand bieden aan iets
de verzetten mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord verzet
| vervoeging van |
|---|
| verzetten |
verzetten
- meervoud verleden tijd van verzetten
- Wij verzetten.
- Jullie verzetten.
- Zij verzetten.
- Wij verzetten.
- Het woord verzetten staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "verzetten" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[6] |
- ↑ Jacqueline Klooster“Klassieke literatuur” (2017), Amsterdam University Press
, ISBN 9789089649805 - ↑ “Holy Trientje” (2019), Ambo Anthos, ISBN 9789026334238
- ↑ “De tranen der acacia's”
(1949), G.A. van Oorschot
, ISBN 9789028242364 - ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- 1 2 Ronald Giphart e.a.“Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Voorvoegsel ver- in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-t) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Onscheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Wederkerend werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Inergatief werkwoord in het Nederlands
- Scheepvaart in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %