car

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Middelengelse carre.
enkelvoud meervoud
car cars

Zelfstandig naamwoord

car

  1. (verkeer) auto
Uitdrukkingen en gezegden

by car

  • met de auto


Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • [1] Ontwikkeld uit het Volkslatijn quar, quer, uit het literair Latijn quā rē "om welke zaak". [1]
  • [1] Afkorting van autocar. [1]

Zelfstandig naamwoord

  1. touringcar

Voegwoord

car

  1. want

Verwijzingen

  1. 1,0 1,1 Bronlink geraadpleegd op 26 september 2020 Weblink bron “CAR: Etymologie de CAR” op www.cnrtl.fr


Koerdisch

Zelfstandig naamwoord

car v

  1. maal, keer
    «5 car 3 dibe 15.»
    5 keer 3 is 15.


Picardisch

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

car m

  1. wagen
Afgeleide begrippen


Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
  • car
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

car mbezield

  1. tsaar
Afgeleide begrippen


Welsh

enkelvoud meervoud
 car   ceir 

Zelfstandig naamwoord

car m

  1. (verkeer) auto, wagen
  1. Van Keymeulen, J., Latijnse leenwoorden in het Nederlands en de Nederlandse dialecten, Van mensen en dingen, VI (1-2), 2008, p. 80-81.