carkit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • car·kit
Woordherkomst en -opbouw
  • samenstelling uit het Engels van car en kit
enkelvoud meervoud
naamwoord carkit carkits
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

carkit m

  1. een apparaat dat het mogelijk maakt om handsfree te bellen in een auto
    • Maar heel veel activisten zijn er niet, zegt hacker/beveiligingsexpert Jeroen van Beek in een cafeetje in Amsterdam. Het lukte Van Beek om de chip in het elektronisch paspoort te kopiëren en gewijzigde gegevens op een chip te zetten die zich voordoet als paspoortchip. Hij kan sommige carkits afluisteren en beelden op beveiligingscamera’s onderscheppen. En hij harkt met zelfgeschreven software belastingaangiften en paspoortkopieën binnen die mensen per ongeluk delen via peer-to-peer-netwerken. Gewoon om te laten zien hoe makkelijk identiteitsfraude is.[1] 
    • Lang geleden kondigde TomTom aan dat het navigatiesoftware voor de Apple iPhone ging verkopen. Nu is eindelijk ook de carkit beschikbaar die bij deze software hoort. Het is een lader met een betere gps-ontvanger dan die van de iPhone zelf. De carkit is alleen daarom al nuttig: op eigen kracht maakt de iPhone namelijk nog te veel fouten als je in de auto probeert te navigeren. De software geeft dan aan dat de gps-ontvangst te zwak is. Met de carkit blijken die klachten verleden tijd. [2]  
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. NRC 8 september 2011
  2. NRC Marc Hijink 11 november 2009