tweelingbroer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • twee·ling·broer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tweelingbroer tweelingbroers
verkleinwoord tweelingbroertje tweelingbroertjes

Zelfstandig naamwoord

tweelingbroer m

  1. Een mannelijk evenbeeld, man in een tweeling.

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be