baar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
baar [2]
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Bar, bar

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • baar
enkelvoud meervoud
naamwoord baar baren
verkleinwoord baartje baartjes

Zelfstandig naamwoord

baar v/m

  1. een kleine verhoging of onderstel, waarop een doodskist wordt opgebaard of gedragen
    De dragers droegen de kist van de baar naar de begrafenisauto.
  2. een staaf edelmetaal
    In de Nederlandse Bank liggen veel goudbaren.
  3. meestal in meervoud golf op zee
    Hij gaat varen over de baren.
Synoniemen
Vertalingen
Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.


Werkwoord

vervoeging van
baren

baar

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van baren
    Ik baar.
  2. gebiedende wijs van baren
    Baar!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van baren
    Baar je?
stellend
onverbogen baar
verbogen bare

Bijvoeglijk naamwoord

baar

  1. (financieel) in gereed geld, cash
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie


Duits

Bijvoeglijk naamwoord

baar
  1. verouderde spelling of vorm van bar van vóór 1876
(verouderd)


Hoofdtelwoord

baar

  1. twee