baar
Uiterlijk
- baar
- [A] erfwoord via Middelnederlands bare van Oudnederlands bara
- [B] via Middelnederlands bare van Frans barre [6] [7]
- [C] van Indonesisch baru "nieuw" [8] [9]
- in de betekenis van ‘nieuweling’ aangetroffen vanaf 1699 [3]
- [D] erfwoord via Middelnederlands baer bn van Oudnederlands bar bn , cognaat met bar bn [10] [11]
- in de betekenis ‘bloot, kaal’ als deel van een toponiem aangetroffen vanaf 820-822 [12]
| [A] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | baar | baren |
| verkleinwoord | baartje | baartjes |
- kleine verhoging of onderstel, waarop een doodskist wordt opgebaard of gedragen
- De dragers droegen de kist van de baar naar de begrafenisauto.
- meestal in meervoud golf op zee
- Hij gaat varen over de baren.
- 1. Een baar in de Sint-Laurenskerk in Alkmaar.
- 1. Een hoge baar in de Cariben.
- [1]: katafalk
- [1] lijkbaar
- [1] baardrager
| vervoeging van |
|---|
| baren |
[A] baar
| [B] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | baar | baren |
| verkleinwoord | baartje | baartjes |
- staaf edelmetaal
- De Nederlandsche Bank bezit veel goud in de vorm van baren.
- ▸ ' Haar vader schudde hun allebei de hand, en Teresa gaf hem het brood. Hij keek er stralend naar, alsof het een baar goud was en Teresa een van de drie Wijzen uit het Oosten.[13]
- 1. Twee baren goud
| [C] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | baar | baren |
| verkleinwoord |
[C] de baar m
- (Nederlands-Indië) iemand die nog weinig ervaring heeft
- (pregnant) (scheepvaart) zeemand die op zijn reis naar Indië voor het eerst de evenaar is gepasseerd
- orinbaar, norenbaar (sterk verouderd)
- nieuweling, groentje
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | baar |
| verbogen | bare |
| partitief | baars |
[D] baar
- (financieel) in gereed geld, cash
- Het woord baar staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "baar" herkend door:
| 92 % | van de Nederlanders; |
| 90 % | van de Vlamingen.[14] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ baar (draagbaar) op website: Etymologiebank.nl
- 1 2 3 4 "baar" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ baar (golf) op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- 1 2 baar (staaf metaal) op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ baar (nieuweling) op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ baar op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Oudnederlands Woordenboek
- ↑ Jessie Burton (vert. Marja Borg)“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
baar
- verouderde spelling of vorm van bar tot 1876
- (verouderd)
baar
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 4
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Erfwoord in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Pregnant in het Nederlands
- Scheepvaart in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Financieel in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 92 %
- Prevalentie Vlaanderen 90 %
- Woorden in het Duits
- Woorden in het Duits van lengte 4
- Oude spelling van het Duits van voor 1876
- Verouderd in het Duits
- Woorden in het Sô
- Hoofdtelwoord in het Sô