cash

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cash
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels.
stellend
onverbogen cash
verbogen -

Bijvoeglijk naamwoord

cash

  1. contant
    De drugsdealer werd met cash geld betaald.
enkelvoud meervoud
naamwoord cash -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

cash m

  1. (financieel), (economie) contant geld
    Hij betaalde de ober met cash.
Afgeleide begrippen


Meer informatie