baren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·ren


stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
baren
baarde
gebaard
zwak -d volledig

Werkwoord

baren

  1. (overgankelijk) op de wereld brengen [1]
    Zij heeft drie kinderen gebaard.
    Ik ben in Rotterdam geboren.
  2. schreeuwen [2]
Opmerkingen
  • In de lijdende vorm wordt het sterke voltooid deelwoord geboren gebruikt.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • zorgen baren.
aanleiding geven tot zorg
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

baren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord baar

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl