Naar inhoud springen

agenda

Uit WikiWoordenboek
agenda
  • agen·da
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘aantekenboek’ voor het eerst aangetroffen in 1769 [1]
  • uit het Latijn [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord agenda agenda's
verkleinwoord agendaatje agendaatjes

deagendav/m

  1. een notitieboek waarin afspraken genoteerd worden
    • Je moet nog een nieuwe agenda kopen. 
     Zijn naam staat in de agenda. In jouw handschrift.[3]
     'Ik zal even in mijn agenda kijken - o, nee, nergens voor nodig.[3]
     Ze had hem een agenda getoond waaruit bleek dat haar van hogerhand per week drie mannen werden toegewezen.[4]
  2. een lijst van te bespreken punten op een vergadering
    • We hebben vandaag een volle agenda. 
  3. lijst van verplichtingen in het algemeen
     Waar ze wel meesterlijk in zijn geslaagd: de nieuwe wapenwedloop weer op de politieke en publieke agenda zetten.[5]
     Het alleen zijn maakte me juist wakker. Wellicht was ik door mijn drukke agenda thuis wat mat en ingeslapen geraakt.[6]
  • geheime agenda
een stiekem plan
 Ik beheers de kunst om diepere lagen aan te brengen, door ze te vermengen met tegenstrijdige gevoelens, geheime agenda's en onderliggende trauma's, waarmee ik de complexiteit van mensen weet te vangen.[7]
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[8]
  1. "agenda" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. agenda op website: Etymologiebank.nl
  3. 1 2
    Jessie Burton (vert.Marja Borg)
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
    Citefout: Ongeldig label <ref>; de naam "De muze" wordt meerdere keren met andere inhoud gedefinieerd.
  4. De tranen der acacia's” op Wikipedia (1949), G.A. van Oorschot op Wikipedia, ISBN 9789028242364
  5. “Holy Trientje” (2019), Ambo Anthos, ISBN 9789026334238
  6. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  7. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  8. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
enkelvoud meervoud
naamwoord agenda agendas
  • agen·da
  • Leenwoord uit het Latijn; agenda.

agenda

  1. agenda; een lijst van te bespreken punten op een vergadering
enkelvoud meervoud
agenda agendas

agenda

  1. agenda
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  agenda     l'agenda     agendas     les agendas  

agenda m

  1. agenda
  2. schoolagenda
  • IPA: /a̽ʝǽnda:/
  • a·gen·da

agenda

  1. agenda; een notitieboek waarin afspraken genoteerd worden

agenda v

  1. agenda; een notitieboek waarin afspraken genoteerd worden
  2. afdeling
enkelvoud meervoud
agenda agendas

agenda v

  1. agenda
vervoeging van
agendar

agenda

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van agendar
  2. gebiedende wijs (bevestigend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van agendar
  • agen·da
  • Leenwoord uit het Latijn; agenda.

agenda v

  1. agenda; een lijst van verplichtingen