agendapunt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • agen·da·punt
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord agendapunt agendapunten
verkleinwoord agendapuntje agendapuntjes

Zelfstandig naamwoord

agendapunt o

  1. te behandelen onderwerp voor plaatsing in een agenda (voor een vergadering)