faam

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • faam
enkelvoud meervoud
naamwoord faam -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

faam v/m

  1. reputatie
    • Deze man schijnt te goeder naam en faam bekend te staan. 
  2. roem
    • Die acteurs van tegenwoordig genieten van grote faam. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.