-lijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Huidig
bestand
195
Woordafbreking
  • -lijk
Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Middelnederlands -lijc, van het Oudnederlandse -līk, van het Proto-Germaanse *-līkaz
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen -lijk -lijker -lijkst
verbogen -lijke -lijkere -lijkste

Achtervoegsel

-lijk [2]

  1. het hebben van de karakteristieken (bv. kinderlijk)
  2. in staat zijn tot (bv. redelijk)
  3. toevoeging om van een werkwoord of zelfstandig naamwoord een bijvoeglijk naamwoord te maken (bv. gevaarlijk)
Hyponiemen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal