sleutel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: sleutel (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈslø.tɔɫ/, /ˈslø.təɫ/
- (Vlaanderen, Brabant): /sløːtəɫ/
- (Limburg): /sløːtəl/
Woordafbreking
- sleu·tel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | sleutel | sleutels |
| verkleinwoord | sleuteltje | sleuteltjes |
Zelfstandig naamwoord
sleutel m
- een instrument waarmee een slot geopend of gesloten kan worden
- Als je je sleutel echt kwijt bent dan wordt het buiten slapen vannacht.
- (techniek), (gereedschap) een stuk gereedschap om bouten en moeren mee aan te draaien
- De moer is dolgedraaid, de sleutel heeft er geen grip meer op.
- (techniek) een voorwerp bedoeld om er een mechaniek zoals van een klok of speeldoos mee op te winden, een kraan open te draaien e.d.
- Achter de pendule ligt de sleutel om hem op te winden.
- een aanwijzing of code waarmee een raadsel kan worden opgelost, een geheim(-schrift) ontcijferd, een cijferslot geopend of toegang kan worden verkregen
- De sleutel die bij dit geheimschrift hoort, is nog niet gevonden.
- een aandeel of functie die in een groep van groot belang is
- Wij hebben er hard voor gewerkt, maar zij is de sleutel tot het succes.
Synoniemen
- [2]: moersleutel
- [4]: code, codesleutel, pincode, toegangscode, wachtwoord
Afgeleide begrippen
- [1]: autosleutel, fietssleutel, huissleutel, sleutelbord, sleutelbos, sleuteldrager, sleutelgat, sleutelgeld, sleutelhanger, sleutelkind, sleutelring
- [2]: dopsleutel, inbussleutel, kraansleutel, momentsleutel, pijpsleutel, ratelsleutel, ringsleutel, sleutelaar, sleutelclub, sleutelen, steeksleutel, stemsleutel
- [3]: klokkensleutel, buitenkraansleutel, radiatorsleutel, ontluchtingssleutel
- [5]: sleutelbedrijf, sleutelbegrip, sleutelfiguur, sleutelfunctie, sleutelmacht, sleutelpassage, sleutelpersoon, sleutelpositie, sleutelrol, sleutelstuk, sleutelvaluta
Verwante begrippen
- [1]: loper, slot
- [2]: schroefbout, moer, montage, werkplaats
- [4]: betaalautomaat, cijferslot, encryptie, geheimschrift, probleem, raadsel, toegangscontrole
- [5]: bedrijf, industrie, maatschappij, organisatie, waterstaat
Typische woordcombinaties
- [2]: Engelse sleutel, verstelbare sleutel
- [4]: geheime sleutel
Vertalingen
1. een instrument waarmee een slot geopend of gesloten kan worden
2. een stuk gereedschap om bouten en moeren mee aan te draaien
3. een voorwerp bedoeld om er een mechaniek zoals van een klok of speeldoos mee op te winden, een kraan open te draaien e.d.
4. een aanwijzing of code waarmee een raadsel kan worden opgelost, een geheim(-schrift) ontcijferd, een cijferslot geopend of toegang kan worden verkregen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie. (sleutel voor sloten)
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie. (sleutel voor moeren)
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie. (cryptografie)
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| sleutelen |
sleutel