werkplaats

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • werk·plaats
enkelvoud meervoud
naamwoord werkplaats werkplaatsen
verkleinwoord werkplaatsje werkplaatsjes

Zelfstandig naamwoord

werkplaats v/m

  1. een plaats of gebouw ingericht voor het verrichten van bepaald werk
    Zijn werkplaats was uitstekend ingericht voor het gieten van brons.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen