raadsel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- raad·sel
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van raden met het achtervoegsel -sel.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | raadsel | raadselen, raadsels |
| verkleinwoord | raadseltje | raadseltjes |
Zelfstandig naamwoord
raadsel o
- iets waarnaar men moet raden
- Wat er precies gebeurd is, blijft een raadsel.
Vertalingen
1. iets waarnaar men moet raden
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.