key

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
key keys

Zelfstandig naamwoord

  1. key - sleutel; werktuig waarmee een slot geopend of gesloten kan worden.
  2. key - scherm; meestal blauw of groen gekleurd scherm dat als achtergrond wordt gebruikt bij TV-opnames